Cloud

Blog - Non profit en internet

We delen graag onze kennis. Ontvang eens in de maand de laatste artikelen in je mailbox.
 

Non-profits en internet

Gopublic zet zich in om de online impact van non-profits en MVO’s te vergroten. In onderstaande blogs lees je allerlei tips en adviezen voor non-profitorganisaties over marketing, fondsenwerving, social-mediastrategieën en meer.
 
Google Grants: gratis advertentietegoed voor wereldverbeteraars Rick Jansen

Google Grants: gratis advertentietegoed voor wereldverbeteraars

Rick Jansen

16 februari 2018 3 minuten
Hoe bereik je donateurs, vrijwilligers of leden? Veel goede doelen en andere non-profit organisaties worstelen met deze vraag. Het is wel duidelijk dat deze zoektocht zich steeds vaker online afspeelt. De tijd van acceptgiro's rondsturen en hopen dat er wat terugkomt, is voorbij. Google heeft, speciaal voor de non-profitsector, een gratis advertentietegoed in het leven geroepen: Google Ad Grants. Dit advertentietegoed kan worden ingezet om via het Search-netwerk de naamsbekendheid te vergroten en websitebezoekers aan te trekken.

Veel wereldverbeteraars maken inmiddels al gebruik van Google Grants. Het is een effectieve manier om meer online impact te creëren. En in feite is het gratis geld, wie wil dat nou niet? Je kan net zoals in een regulier AdWords-account verschillende advertentiecampagnes aanmaken en daarmee uiteindelijk je marketing funnel vullen.  
 

Uitdagingen

Helaas merken we in de praktijk dat fondsenwervende organisaties toch niet altijd (optimaal) gebruik maken van de mogelijkheden van Google Grants. Niet iedereen weet dat men hiervan gebruik kan maken, men loopt vast bij de aanvraag, of men heeft niet genoeg tijd en kennis van AdWords om succesvolle advertentiecampagnes in te richten.

Het advertentietegoed is dus een mooie handreiking van de zoekgigant, maar helaas maakt nog niet iedereen er optimaal gebruik van. Daar komt bij dat er ook een aantal regels verbonden zijn aan (het gebruik van) Google Grants. Allereerst moet je kunnen aantonen dat jouw organisatie aanspraak maakt op het ‘gratis geld’. Je hebt een ANBI nummer nodig en jouw activiteiten mogen niet te commercieel zijn. Ook werkt het veilingsysteem op zo’n manier dat betalende klanten altijd een voorkeurspositie hebben in het advertentiesysteem, ten opzichte van Google Grants-gebruikers. Een andere beperking is dat je geen gebruik kunt maken van remarketing en het Google Display-netwerk, waardoor je minder goed nieuwe doelgroepen kan bereiken. Om die reden hebben een aantal non-profits daarom ook een betaald account, naast een Grants-account.  
 

Nieuwe voorwaarden in 2018

De regels voor Google Grants zijn sinds begin 2018 verder aangepast. Als een adverteerder twee opeenvolgende maanden niet aan de nieuwe regels voldoet en de waarschuwingen negeert, dan kan de Grant worden ingetrokken en dat is natuurlijk heel erg zonde. Het is dus belangrijk om rekening te houden met de nieuwe regels! Maar wat houden de nieuwe voorwaarden precies in?

Voor adverteerders die hun account op de juiste manier gebruiken, zullen er geen grote gevolgen zijn. De nieuwe voorwaarden zijn enkel opgesteld om ervoor te zorgen dat kwaliteit wordt gewaarborgd en dat er geen misbruik wordt gemaakt van het gratis AdWords budget.
 

Zorg ervoor dat jouw account en advertentiecampagnes voldoen aan de volgende voorwaarden:
 

  • Minimale click-through-rate van 5% op accountniveau
     
  • De kwaliteitsscore van zoekwoorden moet 2 of hoger zijn
     
  • Iedere campagne moet op z’n minst 2 advertentiegroepen met minimaal 2 advertenties hebben
     
  • Ieder account moet gebruik maken van minimaal 2 actieve sitelink extensies
     
  • Branded keywords kunnen niet meer worden gebruikt wanneer de stichting er geen eigenaar van is, bijvoorbeeld "Google" of "YouTube"
     
  • Het account moet gebruik maken van locatie targeting
     
  • Landingspagina's moeten binnen het domein van jouw Grants account behoren
     
  • Veel single-word zoekwoorden zijn niet meer bruikbaar, omdat ze te breed worden ingezet. Er zijn echter uitzonderingen, die lijst vind je hier.

Is je AdWords account geblokkeerd? Geen paniek! Je kunt alle zaken aanpassen die ervoor gezorgd hebben dat je account geblokkeerd is. Daarna kun je een verzoek indienen om het account te herstellen.

[{"level":"1"}]
{"label":"Heb je vragen over Google Adwords of Google Grants?"}
[]

Heb je vragen over Google Adwords of Google Grants?

[[]]
{"text":"\u003Cstrong\u003EStel je vraag via onderstaand formulier, dan nemen we contact met je op! \u003C\/strong\u003E"}
[]

Stel je vraag via onderstaand formulier, dan nemen we contact met je op! 

[{"default_value":"","has_placeholder":"true","validation":"","unique":"","mandatory":"true","source_type":""}]
{"label":"Naam","error_mandatory":"Dit veld is verplicht.","error_unique":"Deze waarde is al bezet.","error_validation":""}
[]
[{"mandatory":"true","default_value":"","validation":"email","unique":"","source_type":"","has_placeholder":"true"}]
{"label":"E-mailadres","error_mandatory":"Dit veld is verplicht.","error_unique":"Deze waarde is al bezet.","error_validation":"Dit is geen geldig e-mailadres."}
[]
[{"unique":"","mandatory":"true","validation":"phone","default_value":"","has_placeholder":"true","source_type":""}]
{"label":"Telefoonnummer","error_mandatory":"Dit veld is verplicht.","error_unique":"Deze waarde is al bezet.","error_validation":"Dit is geen geldig telefoonnummer."}
[]
[{"mandatory":"","unique":"","validation":"","default_value":"","has_placeholder":"true","source_type":""}]
{"label":"Organisatie","error_mandatory":"Dit veld is verplicht.","error_unique":"Deze waarde is al bezet.","error_validation":""}
[]
[{"mandatory":"","default_value":"","has_placeholder":"true","source_type":""}]
{"label":"Toelichting","error_mandatory":"Dit veld is verplicht."}
[]
[[]]
{"label":"Versturen"}
[]

Meer online impact voor jouw non-profit dankzij Google Grants Liza Koppenrade

Meer online impact voor jouw non-profit dankzij Google Grants

Liza Koppenrade

04 mei 2017 5 minuten
Er wordt dagelijks zo’n drie miljard keer gebruik gemaakt van google. En het is nogal wat om op de eerste pagina te komen in de zoekresultaten, laat staan om bovenaan te staan. Hier heeft Google een mooie oplossing voor: adwords advertenties. Let wel: betaalde advertenties. Maar wat als jouw budget als non-profit daar nou te klein voor is? Daar is iets voor…

Google heeft, speciaal voor goede doelen zoals jij een non-profitversie van google adwords ontwikkeld: Google Grants. Waarschijnlijk heb je er al van gehoord. Het biedt non-profitorganisaties de kans om gratis te adverteren door middel van een zogenoemde ‘google grant’, een budget van zo’n 9000 euro (10.000 USD) dat kan worden ingezet via adwords om de naamsbekendheid te vergroten en bezoekers aan te trekken. Het verlenen van dat advertentietegoed aan non-profits is hard nodig omdat de zoektocht naar donateurs, vrijwilligers en leden in toenemende mate ook online wordt gevoerd.
 

Google ad grants voor non-profits

De meeste non-profits, stichtingen en goede doelen maken er al gebruik van, maar mocht je er nog niet aan begonnen zijn of nog met vragen zitten, dan helpen wij je in dit blog graag verder. Want waar begin je? Mag je wel gebruik maken van Google Grants? En hoe besteed je jouw tegoed nou het beste?

Mocht je wel al gebruik maken van Google Grants, dan zijn we erg benieuwd naar jouw ervaringen ermee. In deze blogpost geven we bovendien nog wat extra tips om je advertenties tot een hoger level te brengen. Heb jij nog vragen of tips om te delen? Neem contact op, we horen ze graag!
 

Wat is Google Grants?

Zoals hierboven al staat is Google Grants de non-profit versie van Google Adwords. Als je aan de voorwaarden voldoet, kom je in aanmerking voor een gratis advertentietegoed van een mooie 9100 euro.
 

Welke voorwaarden?

Non-profitorganisaties met een ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) of SBBI (Sociaal Belang Behartigende Instelling) certificatie komen in aanmerking voor het advertentietegoed van Google Grants, organisaties die activiteiten uitvoeren voor algemeen nut en die als stichting, vereniging of kerkgenootschap geregistreerd staan.

Overheidsinstanties, scholen, universiteiten en zorginstellingen komen bijvoorbeeld niet in aanmerking. Filantropische onderdelen van educatieve organisaties dan weer wel.

Je moet daarnaast akkoord gaan met de vereiste certificeringen en over een actieve website met content beschikken.
 

9100 euro! Echt?

Niet te geloven, of wel? Ik hoor je terecht denken: ‘daar zal vast wel iets achter zitten en dan moeten we tóch betalen.’ Maar maak je geen zorgen. Er is geen verborgen risico. Wel zul je merken dat er een aantal beperkingen of regels zijn, die je met een gewone betaalde adwords campagne niet zult hebben. Dus hou er rekening mee dat:

  • Je alleen in Google kunt adverteren, op posities onder betaalde advertenties;
  • Je advertenties uitsluitend tekst mogen bevatten, dus geen afbeeldingen of video’s;
  • Al jouw campagnes op zoekwoorden moeten worden getarget;
  • Jouw maximum ‘kosten per klik’-bod 2 USD is.


MAAR… ook met deze ‘beperkingen’ kun je successen boeken als je er voor zorgt dat je advertenties goed aansluiten op de interesses van je doelgroep.

Met advertenties verschijn je vaker bovenin de zoekresultaten van Google en zul je meer bekendheid krijgen. En dat kan vervolgens voor meer donaties, leden en vrijwilligers zorgen.
 

Eerst maar eens een Google Grants account aanvragen

De eerste stap is een account aanmaken bij Techsoup Nederland. Leuk hieraan is, is dat je ook kortingen op diensten erbij kunt krijgen! Voordat je Google Grants aanvraagt, dien je een Google Adwords account aan te maken. Je hebt je klant-ID van Adwords namelijk nodig om je in te schrijven. Als je in aanmerking komt, kun je een account voor Google voor Non-profitorganisaties aanvragen en je registreren voor Ad Grants. Hierbij kun je aangeven welk programma je wilt en in hoeverre je zelf je advertentiecampagnes wilt beheren.

Alvast een tip: Zet in ieder geval één campagne op met advertentie en zoekwoorden - deze mag uiteraard niet commercieel zijn - en richt je specifiek op een missie of ander project.

Zodra je je account hebt gemaakt en met een campagne bent gestart, kun je je Google Grants account bij Google indienen voor beoordeling.

Het valt nog bepaald niet mee succesvol een Google Grant account aan te maken en je advertentietegoed te ontvangen. En wat doe je als je eenmaal je tegoed binnen hebt? Daar kunnen wij je allemaal bij helpen. Neem anders een kijkje op onze Google Grants pagina.
 

5(+1) tips over Google Grants?
We hebben een aantal tips voor je op een rij gezet waar je op moet letten bij het aanvragen van een Google Grants. Handig! Download hem gratis!

DOWNLOAD DE TIPS
 


Je zichtbaarheid vergroten met Google Grants

Door advertenties ben je zichtbaarder in zoekresultaten en vergroot je je bereik en naamsbekendheid. Als je een sprekende en relevante boodschap overbrengt in je advertenties, zul je je doelgroep met succes kunnen bereiken. 9100 euro advertentietegoed in combinatie met een maximale klikprijs van 2 USD kan, volledig benut, zeker 5000 bezoekers naar de website van jouw non-profitorganisatie brengen. Daarnaast kun je Google Grants bij uitstek gebruiken om jouw publiek, de mensen die jouw advertenties zien en erop klikken, bewust maken van de missie waar je organisatie zich voor inzet.

 


Bij deze alvast een paar tips die wij hebben verzameld om bovenstaande goed te doen:

1. Vind de juiste sleutel(zoek)woorden
Gebruik de Google Adwords Zoekwoordplanner of andere keyword research tools, om je lijst met zoek-/sleutelwoorden aan te passen en uit te breiden. Kijk naar de woorden of woordcombinaties die je de beste resultaten zullen geven en een goede positie in de zoekresultaten in Google. Een combinatie van veel gezochte woorden en ‘longtail’ woordcombinaties met een lage concurrentie, is vaak het beste.

2. Relevantie en focus
Focus je in een campagne op één doel, missie of project. Als jij je tijdens een advertentiecampagne richt op een enkel doel, kun je je ook beter richten op welke doelgroep je daarmee wilt bereiken en met welke boodschap. Een goede relevantie wordt bovendien beloond, koppel dus ook de juiste boodschap aan de juiste content. Als jij met jouw campagne voor meer donaties wilt zorgen, focus je je daarop in de advertenties. Mensen die op ‘doneren’ zoeken of ‘steunen goed doel’ krijgen jouw advertenties te zien. Als jij dan in die advertenties refereert aan het doneren voor een bepaalde missie, ben je relevant en is de kans groot dat die mensen op jouw advertentie klikken.

3. Naar een relevante landingspagina, niet alleen naar de homepage
Stuur deze mensen dan ook naar je donatiepagina of een landingspagina gerelateerd aan de missie die je in de advertentie noemt (wel met een Call To Action en knop naar de donatiepagina) en niet alleen naar je homepage. Link degenen die op jouw advertentie klikken naar een voor hen relevante pagina en pas de inhoud van die pagina ook aan op hun behoeften.

4. Schrijft gericht en bondig
Een inkoppertje, maar zeker niet minder belangrijk! Niet iedereen in je doelgroep is bovendien hetzelfde en voelt zich aangetrokken door dezelfde berichtgeving. Het is daarom slim om een paar, zeg drie variaties van advertenties uit te testen op verschillend publiek en te kijken welke advertentie de beste resultaten heeft.

10 tips voor een viral campagne Jurjen van Houwelingen

10 tips voor een viral campagne

Jurjen van Houwelingen

09 januari 2017 5 minuten
Als je een tuin hebt, dan weet je het wel als je een paardebloem ziet. Binnen de kortste keren staat je tuin er vol mee... Het bloempje heeft een briljant viraal principe meegekregen. Kleine zaadjes worden door de wind of een enthousiast kind makkelijk verspreid. Over een succesvolle viralgesproken... Elke nonprofit droomt ervan, een succesvolle viral campagne die zich als een virus vanuit social media over het internet verspreid en heel de wereld aansteekt.

Maar hoe doe je het? Wat zit er achter een viral campagne, video, foto of bericht? Wat werkt en wat niet? In deze blog geven we je 10 tips voor het maken van een viral campagne, gaan we in op het behouden en activeren van je publiek en geven we je drie mooie voorbeelden van viral campagnes van non-profits.

 

Wat is het geheim van een viral campagne?​​​

Laten we beginnen met een inkopper: social media. ​Een wereld zonder is inmiddels ondenkbaar. Twitter en Facebook zijn alomtegenwoordig en veel belangrijker dan we vaak denken. Het wordt ook niet voor niets op alle niveaus ingezet, zowel in het onderwijs om leerlingen (letterlijk) bij de les te houden, als door bedrijven om hun producten en diensten aan het publiek te brengen. Wie heeft bijvoorbeeld de aanstekelijke veiligheidscampagne 'Dumb ways to die' van de Australische Metro niet gezien?  

[whitepaper:online-succes-door-offline-verbinding]

En denk eens aan goede doelen! Herinner je de ALS Ice Bucket Challenge nog? Wereldwijd werden mensen door elkaar uitgedaagd ijskoud water over zich heen te gooien, gevraagd om dit te delen op social media en een donatie te doen. Binnen een maand al werden er vele duizenden donaties gedaan. Zelfs Donald Trump deed er nog aan mee... 



Wat is in deze voorbeelden in ieder geval een overeenkomst? Ze inspireerden, amuseerden of shockeerden en werden ‘simpelweg’ gedeeld en nog eens gedeeld en gedeeld en gedeeld...

Nu jouw viral campagne! Hoe wordt je gedeeld?

Hoe zorg je ervoor dat jouw verhaal, jouw campagne viral gaat? Bestaat er een formule voor viraliteit? Het lijkt soms een volslagen mysterie en een kwestie van geluk en toeval, maar is dat wel zo? Kijkend naar viral campagnes in het verleden, hebben we tien belangrijke elementen verzameld, om ervoor te zorgen dat jouw campagne een succes wordt en binnen no-time viral gaat. 

Hierbij hebben we ons onder andere laten inspireren door Jonah Berger, schrijver van het boek 'Contagious: Why Things Catch On'. Een aanrader! Volgens hem zijn er zes 'STEPPS' die ervoor zorgen dat jouw campagne (hoogst waarschijnlijk) viral kan gaan:

  • Social Currency: Zorg ervoor dat mensen je post willen delen, omdat het goed overkomt op hun omgeving.
  • Triggers: Met een makkelijk te onthouden boodschap blijf je 'top of mind'.
  • Emotion: Emotionele Posts worden over het algemeen genomen veel gedeeld.
  • Public: Je bericht is gemaakt om te delen.
  • Practical Value: Heeft het publiek er wat aan? Is je boodschap relevant?
  • Stories: Een goed verhaal spreekt mensen aan en zal sneller gedeeld worden.
 

1. Kies één social-mediakanaal

Content die gemaakt is om te delen, zal sneller en meer gedeeld worden. Kies een kanaal en richt je campagne voor dat kanaal in. Of je voorkeur nu bij Facebook, Twitter, Instagram, Youtube of ander social-mediakanaal ligt, de keuze is aan jou. Maar het is beter om een goed uitgewerkte strategie en een duidelijk en sterk profiel te hebben via een bewust gekozen kanaal, dan om je campagne uit te smeren over verschillende kanalen en jezelf onduidelijk te profileren. Bepaal wat op het door jou uitgekozen kanaal voor jouw organisatie het beste werkt. Denk in kwaliteit, niet kwantiteit. 
 

2. Richt je op een duidelijk afgebakende doelgroep

Als je voor een duidelijk afgebakende doelgroep schrijft, zal je campagne gerichter en efficiënter zijn. Als je helder in beeld hebt wie je doelgroep is, zal het ook makkelijker zijn een prikkelende en relevantere boodschap te formuleren. Mensen zullen het sneller waarderen, geïnspireerd raken en verder delen.
 

3. Kies voor originele of emotionele content

Verras en trek de aandacht van je publiek door iets unieks of misschien controversieels te doen. Het gaat erom dat je post of commentaar een sterke emotionele reactie oproept bij jouw publiek, waardoor ze eerder geneigd zijn het te delen met hun vrienden en netwerk. Mensen moeten enthousiast worden over iets wat jij post en het willen delen. Doe iets wat nog niet eerder is gedaan en doe het op een creatieve manier.
 

4. Speel in op huidige trends en gebeurtenissen

Het lijkt een open deur, maar als je inspeelt op iets actueels, zullen mensen sneller op jouw website terechtkomen en je posts delen. Simpelweg omdat er meer naar gezocht wordt via Google. Hou Twitter en nieuwswebsites daarom in de gaten, hier komen de laatste berichten binnen. 

En denk aan de pratische waarde van je bericht! Heeft je publiek er wat aan? Posts als 'tien tips voor', 'how to' en 'Wist je dat...', doen het niet voor niks lekker.
 

5. Ga voor een korte slogan en concrete boodschap

Een korte en sprekende boodschap wordt sneller en vaker gedeeld dan een langere uitleg over een missie, dit komt onder ander doordat een kortere pakkende tekst makkelijker wordt onthouden, zodat het langer en bij meer mensen 'top of mind' blijft.

Zorg ook dat de campagne op zichzelf staand al heel leuk, aantrekkelijk en spannend is. Het helpt bovendien als het niet per se als een reclame aanvoelt die je moet zien, maar een die je wilt zien en een die je wilt delen om goed over te komen op anderen (social currency). 

Deelbare informatie heeft een ‘social currency’ volgens Jonah Berger: 'it makes us look good to those around us.'

6. Zorg ervoor dat je goed te vinden bent

Neem vindbaarheid serieus! Potentiële volgers en supporters gaan na aanleiding van een bericht, viral video of foto jou online zoeken, dus zorg ervoor dat ze je makkelijk kunnen vinden. Noem je sociale netwerksite precies zoals je organisatie of campagne. Nogmaals, kies één sociaal netwerk en focus je daarop.
 

7. Let op trefwoorden en hashtags

Nu we het er toch over hebben: trefwoorden en hashtags zijn cruciaal als je gevonden wilt worden. Laat belangrijke woorden terugkomen in de titel van jouw blog of pagina, in de beschrijving van de campagne en in artikelen die over jouw campagne gaan. Voor bruikbare sleutelwoorden en hashtags kun je gebruikmaken van tools als de zoekwoordplanner van Google Adwords, en hashtagify.me. Let bij Twitter ook op populaire hashtags en trending keywords.
 

8. Maak een video

Mensen zijn van nature visueel ingesteld. Vandaar ook de bekende uitspraak dat beeld meer zegt dan woorden. We kijken liever een video dan dat we een tekst lezen. Bovendien onthouden we de inhoud ook beter! Het maakt niet uit welke draai je eraan geeft, video's doen het bijzonder goed op social media, dus maak er gebruik van voor een viral campagne.
 

9. ‘Sneeze’, laat je vrienden het werk voor je doen

De ‘sneeze’ is in dit geval geen symptoom van verkoudheid, maar het startpunt van een mogelijke ‘viral’. Het ‘virus’ van jouw intrigerende blog verspreidt zich immers het snelst als er een hele krachtige niesbui aan vooraf gaat. Dus nies niet alleen! Vraag collega’s, vrienden, familie, supporters en volgers om je boodschap te verspreiden. Wat? Jazeker.

Mensen zijn veel eerder geneigd om betrokken te zijn bij een campagne van iemand die ze persoonlijk kennen. Zet je netwerk dus goed in! En vergeet je netwerk ook niet van tijd tot tijd te bedanken. Dan voelen mensen zich gewaardeerd en je houdt ze betrokken.
 

10. Breid je netwerk uit, kies ‘super sneezers’

Ga op zoek naar organisaties of initiatieven met dezelfde missie of doelen als jouw campagne, kijk door welke mensen zij gevolgd worden en nodig die mensen of 'sneezers' uit om jouw campagne te volgen of te 'liken'. Een viral ontstaat dus niet zomaar uit het niets, er is een momentum nodig. Een stevige start is cruciaal. Jouw sneezers verspreiden het virus verder onder hun vrienden of volgers en vergroten het bereik exponentieel.

Hoge bomen vangen veel wind, dus bereik 'super sneezers' voor een viral campagne. Zorg ervoor dat je een bekend persoon hebt die jouw campagne ondersteunt en dit nieuws verspreidt onder zijn of haar netwerk. Terug naar de ice bucket challenge: doordat beroemdheden meededen, werd deze viral verder verspreid onder de vele volgers die zij hebben. 
 

Meer lezen over viraliteit?
We hebben een ebook geschreven over het opzetten van een (virale) campagne. Daarin zetten we de belangrijkste punten voor een virale campagne voor je op een rij.
Download hem gratis!
Download het ebook  
 

Hoe zorg je ervoor dat het publiek van je viral campagne ook actie onderneemt?

​Jeej! Je hebt een viral campagne opgezet! Nu nog al die aandacht vasthouden... Hou je influencers, je hoge en lage bomen, sneezers en super sneezers warm en betrokken bij je missie:
 

Creëer een relevante landingspagina bij je viral campagne

Mensen zien een video of bericht maar kort voorbij komen (afhankelijk van het social media kanaal dat je kiest, maar bij de meeste is dat zo). Zorg er daarom voor dat je publiek meteen door kan klikken naar een webpagina die over die ene missie gaan, speciaal voor jouw viral campagne. Hier kun je bezoekers stimuleren actie te ondernemen met inspirerende content en effectieve call to actions. Maak deze web of landingspagina wel ook herkenbaar. Het moet duidelijk bij de campagne en jouw organisatie horen.
 

Hou je publiek warm tussen al dan niet viral campagnes

Ontwikkel je netwerk en blijf mensen betrekken. Het gaat niet alleen om enorme hoeveelheid volgers, maar ook om wat ze doen. Zorg dat jouw volgers betrokken blijven en zich verbonden voelen met jouw campagne. Roep ze op tot concrete acties en handelen en laat hen weten hoe belangrijk ze zijn voor het verloop van jouw missie. Het succes van een campagne draait niet om de organisatie, het draait op de collectieve supporters. Bedank de mensen die actie hebben ondernomen, hoe groot of klein die actie dan ook zijn mag, en deel de resultaten van je campagne ook op je website en social media.

En je kunt veel uit je bedankpagina na een donatie halen! Hoeveel? Dat lees je in onze blog over deze bedankpagina.


Viral campagne people wave
Zorg dat mensen mee willen doen met jouw 'wave'.
 

Meer ideeën nodig? Unleash the Ideavirus!

Het idee dat iets viraal of viral kan gaan, bestaat al een tijdje. Al rond de eeuwwisseling schreef Seth Godin zijn ‘Unleashing the Ideavirus’ een e-book waarin hij onder andere het gebruik van ‘sneezers’ behandeld. De pdf is vrij te verkrijgen en te delen en vind je hier. Let op: deze versie is actueel tot en met september 2000 (nuttig desondanks). Voor nieuwe updates en meer kun je op Godin’s website terecht.
 

Drie inspirerende voorbeelden van een viral campagne


Wereld Natuur Fonds met 'The Last Selfie' op Snapchat

​Het WWF combineerde het bedreigde bestaan van diersoorten als panda's en chimpansees aan het concept van Snapchat, waar foto's na enkele seconden worden verwijderd. De diersoorten posten als het ware selfies die mensen vervolgens voor hun ogen zagen verdwijnen, net zoals de dieren straks niet meer zullen bestaan. Die koppeling sloeg aan en binnen de kortste keren werden de selfies tienduizenden keren geretweet, bereikten ze de helft van alle twittergebruikers en haalde de natuurorganisatie in drie dagen tijd een donatiebedrag op dat ze normaal in een maand werven.
 

Safe the Children met 'Most Shocking Second a Day Video' op Youtube

Van 9 kaarsjes op een taart voor een Brits meisje naar 1 kaarsje voor een gewonde dakloze in een vluchtelingenopvang. De boodschap: "just because it isn't happening here, doesn't mean it isn't happening'. Misschien heb je de indrukwekkende video van nog geen twee minuten wel gezien. De kinderrechtenorganisatie laat op schokkende wijze zien hoe het leven van een vluchteling binnen korte tijd compleet is veranderd. De video is inmiddels als bijna 57 miljoen keer bekeken en terecht een ​viral campagne.


 

ActionAid met 'All I want for Christmas is a goat'

Om meer traffic naar de website te trekken, kwamen de voorvechters voor een eerlijke wereld bij ActionAid rond kersttijd met het idee kerstmuziek te vermengen met het virale fenomeen van blatende geiten die als mensen klinken. Resultaat: een hilarisch kerstalbum dat zelfs terecht kwam op grote muziek-streaming websites als Spotify. Het album werd vergezeld door een video die meer dan 2 miljoen keer werd bekeken op youtube. De website trok een recordaantal bezoekers. ActionAid is een non-profitorganisatie die internationaal opereert en mensen in ontwikkelingslanden steunt om op te komen voor hun rechten.

In vier stappen naar de basis van een social-mediastrategie Liza Koppenrade

In vier stappen naar de basis van een social-mediastrategie

Liza Koppenrade

06 maart 2017 3 minuten
Het is misschien wel de meeste gehoorde roep als het gaat om de online activiteiten van een non-profitorganisatie: "Social media, we moeten er iets mee!". Maar wat? Hoe? En waar begin je? Vaak ontbreekt binnen de organisatie nog de know-how om hier op een pragmatische manier mee om te gaan en een route uit te stippelen tot een succesvol social-mediaplan. In onderstaande stappen helpen we je een scherper beeld te krijgen van de basis van een social-mediastrategie voor jouw non-profit.
 

Een social-mediastrategie in 4 stappen:

 

1. Zorg dat je verhaal helder is

Wat doen jullie nou eigenlijk als organisatie? Wat is jullie unieke bijdrage aan de wereld? Hoe maakt de organisatie het verschil? Als je niet kort en beknopt, bijvoorbeeld in de 140 karakters van een twitterbericht, kunt vertellen wat je doet, moet je hier beginnen.

Op het internet gelden andere regels dan in offline communicatie. Je hebt soms letterlijk enkele seconden de aandacht en je zult deze heel scherp moeten benutten. Er is geen sprake van een acceptgiro mailing die nog even rustig op de keukentafel blijft liggen. Daarom werken online campagnes vaak beter dan een soort vaag en algemeen ‘dit is onze missie’-verhaal. Hoe goed deze ook is.
 

2. Begin met luisteren

Veel organisaties hebben het gevoel dat ze iets met sociale media moeten doen, maar hebben vervolgens geen idee wat er online speelt. Ze leggen vaak de nadruk op ‘zenden’, maar slaan daarmee de plank volledig mis in social-medialand. Onze tip: begin met luisteren.

Breng in kaart waar, door wie en hoe er over jouw organisatie en vakgebied wordt gepraat. Waar gaan de discussies over? Wat doet de ‘concurrent’? Wat wordt er gezegd over belangrijke en voor jouw relevante onderwerpen?

Met tools als ‘tweetdeck’ en ‘hootsuite’ kun je makkelijk zoeken op keywords. Maak eens lijstje van woorden waarvan jij denkt dat ze interessant zijn en meet hoeveel, hoe vaak en wat er online wordt er gezegd met of over deze termen. Kijk daarnaast ook eens op LinkedIn en zoek of er discussiegroepen zijn die praten over vakgebied. Vergeet bovendien ook niet te googlelen naar interessante websites of fora binnen jouw vakgebied en luister!

Social-mediastrategie


3. Stel doelen op voor je social-mediastrategie

Waarom zou je gaan twitteren als non-profitorganisatie? Of waarom een fanpage op Facebook? Waarom doe je wat je doet? Wat zijn de concrete doelen die je hoopt te bereiken met een social-mediastrategie?

Zonder concrete doelen bereik je weinig. Dat geldt online net zo goed als offline. Verwoord voor jezelf wat je hoopt te bereiken. Misschien eerst abstract, je wilt bijvoorbeeld een betere ‘top-of-mind’ positie creëren onder je doelgroep of een stuk authenticiteit communiceren, maar ook concreter: Ik wil in drie maanden van 100 naar 500 volgers op Twitter en ik wil 800 Facebooklikes aan het einde van dit kwartaal. Wees realistisch, stel duidelijke doelen op en denk na hoe je die doelen kunt bereiken!
 

4. Kies je doelgroep

Wie is de doelgroep die je hoopt te bereiken met je social-mediastrategie? Nu je op papier hebt wat je wilt bereiken moet je ook in kaart brengen op wie je jouw social-mediapijlen gaat richten. Hoe specifieker hoe beter natuurlijk, maar stel jezelf vooral ook vragen als: Kent de doelgroep jouw non-profitorganisatie? Hoe zouden ze je kunnen leren kennen? Wat vindt jouw doelgroep belangrijk? Wat voor consequenties heeft dit voor de toon van je communicatie? Welke woorden kies je? Op welke boodschap ga je inzoomen omdat deze het meest aansluit bij de doelgroep.
 

Op naar de volgende stap in je social-mediastrategie!

Als je weet wat je wilt vertellen, aan wie je het wilt vertellen en wat je ermee wilt bereiken, heb je de basis gelegd voor een social-mediastrategie. Wil je verder aan de slag met social media voor jouw non-profit? Dan kun je de vervolgstappen vinden in het vierde deel van onze blogreeks over online campagnes, ‘Aan de slag met een social-mediastrategie’, of ons stappenplan om concreet aan de slag te gaan met een social-mediastrategie voor non-profits.
Heeft de website een meetbaar doel? De Call-to-Action! Jurjen van Houwelingen

Heeft de website een meetbaar doel? De Call-to-Action!

Jurjen van Houwelingen

02 december 2016 4 minuten
Echt zo'n lekkere internet term, de CTA, oftewel Call To Action... In deze blogpost wil ik je paar goede voorbeelden laten zien van een CTA en waarom dit cruciaal is voor een succesvolle website.

Nog steeds verbaas ik mij er dagelijks over hoeveel organisaties hier weinig of geen aandacht aan hebben besteed. Daarom in deze blogpost een paar basis principes voor een effectieve Call To Action!

Voor veel organisaties is de website nog steeds vaak slechts 'het visitekaartje'... En dat terwijl een website zich juist zo goed leent voor concrete (en vooral ook meetbare!) doelen. Of het nou gaat om binnenhalen van donaties voor je goede doel, om nieuwsbriefinschrijvingen of om eerste contactmomenten, de website kan er op worden ingericht om dit zo makkelijk te mogelijk te maken.

Één van de belangrijkste sleutels in een succesvolle website is de CTA. De Call To Action. Datgene wat jij wil dat de bezoeker gaat doen. Een donatie doen, een inschrijving, een enquete invullen, het zijn allemaal concrete en meetbare Call To Actions. Een goede CTA voldoet aan een aantal belangrijke criteria. Er is eindeloos onderzoek gedaan naar hoe bezoekers reageren op vorm, kleur en de plek van bijvoorbeeld een knop en de tekst die daarbij staat. Dit is belangrijk: 
   

Vorm en kleur

Allereerst heeft de perfecte Call to Action de vorm van een knop. Deze valt van nature gewoon meer op en nodigt uit om op te klikken. Grappig detail is dat onderzoek ook heeft laten zien dat de ideale CTA knop voorzien is van ronde hoekjes. Waarschijnlijk omdat het vriendelijker oogt en minder afschrikt. Maar dit moet natuurlijk wel binnen de huisstijl passen. Voor de kleur geldt vooral: durf de CTA op te laten vallen! De kleur moet dus afwijken van de andere kleurtonen op de website! Een CTA knalt echt niet te ontkennen van het scherm af. Hieronder een paar goede voorbeelden. Onderzoek heeft laten zien dat oranje gek genoeg het beste schijnt te werken, maar ook hier geldt dat het natuurlijk wel moet passen binnen het totaal. Als oranje al je huisstijl kleur is, is dit natuurlijk niet handig voor de CTA. 
  

Inhoud en plaats

Uiteraard is de inhoud net zo belangrijk. Je kunt een knop schitterend laten opvallen, als er weinig verteld wordt zal deze geen impact hebben. Wat goed werkt is in enkele bullets de meerwaarde van jouw Call To Action noemen. Ben je een non-profit organisatie en is jouw CTA een online donatie, vermeld dan kernachtig wat met de gift gebeurt! In het bezit van ANBI en bijvoorbeeld CBF keur voor goede doelen? Vermeld dit erbij! Tegenwoordig letten steeds meer bezoekers op veiligheid en betrouwbaarheid. 
Zorg dat de CTA altijd 'boven de vouw' zit. Een rare term in de internet wereld (namelijk ontleent aan de krant met z'n vouw) maar we bedoelen dat deze altijd in het scherm te zien is en dus niet teveel onderaan maar bovenaan en goed zichtbaar.
   

AIDA

Hoewel ik hier nog eens een aparte blogpost over hoop te schrijven, het eeuwenoude AIDA model blijft opvallend belangrijk en toepasbaar op websites. Het is een model wat gelooft in een route die elke koper (of donateur!) aflegt.
Attention 
Interest 
Desire 
Action
Dat betekent concreet dat rond de 'action' ook aandacht moet zijn voor deze andere zaken. De aandacht moet gevraagd worden (kleur en vorm), interesse en 'verlangen' moeten gewekt worden (inhoud zoals voordelen of praktische voorbeelden van wat er met de donatie gebeurt) en dan zal tot actie kunnen worden overgegaan. 
    

Testen en tweaken

Vervolgens is het tegenwoordig heel goed mogelijk om bijvoorbeeld in Google Analytics je CTA te testen. Werkt een rode of een blauwe knop beter? Met A/B testing kun je metingen doen welke kleur, vorm, tekst, etcetera de beste score oplevert. En blijf zo tunen en testen. Verder geldt: Een CTA moet opvallen! Dus durf creatief te zijn of daag je vormgever uit dat te doen.
Acht tips voor een succesvolle Facebookpagina Zita Dusa

Acht tips voor een succesvolle Facebookpagina

Zita Dusa

06 oktober 2016 5 minuten
Facebook heeft zijn tijd nog niet gehad en kent vandaag de dag bijna twee miljard actieve gebruikers wereldwijd. Het is dan ook geen wonder dat het vaak een hele opgave is om zichtbaar te zijn op het alom aanwezige social-mediaplatform. Het populaire kanaal blijft ondanks alle concurrentie veel potentie hebben voor bedrijven, maar vooral ook voor inhoud gedreven organisaties en non-profits. Het vergroot je bereik, maakt je goed zichtbaar voor zoekmachines, biedt doelgericht adverteren aan en is dé plek waar je direct contact kunt hebben met je publiek. Hier ligt dus een enorme kans, maar helaas niet zomaar voor het oprapen. In dit artikel leg ik in tien tips uit hoe je Facebook inzet om te groeien.
 

Op naar een succesvolle Facebookpagina

Youtube focust zich op video, LinkedIn is vooral een zakelijk social-mediakanaal, Pinterest en Instagram bevatten vooral plaatjes en twitter is een kanaal voor korte, vaak actuele berichten. Facebook heeft het allemaal. En juist voor inhoud gedreven organisaties zoals non-profits en goede doelen ligt hier een enorme kans.

Zulke organisaties hebben op Facebook de mogelijkheid om gigantisch veel likes te verzamelen en een groot bereik te genereren puur en alleen al omdat hun verhaal vaak een sympathiek verhaal is. De meeste inhoud gedreven organisaties hebben een bevlogen en inspirerende missie, maar ook commerciële bedrijven die de wereld willen verbeteren hebben genoeg informatie voor inspirerende content, ideaal om op social media te delen.


Overtuigd? De voordelen van Facebook


Al overtuigd van het nut van Facebook in een social-mediastrategie? Laat ik je nog wat voordelen voorschotelen…
  • Google indexeert ook de content van Facebookpagina’s, waardoor het voor organisaties ook in het kader van SEO belangrijk wordt hier meer mee te doen. Je wordt namelijk beter gevonden!
  • Je kunt doelgericht content delen en zelfs advertenties uitzetten, gericht op een specifieke doelgroep.
  • Je vergroot je bereik: na een druk op de relatief laagdrempelige ‘vind-ik-leuk’ knop, staat iemand gelijk in verbinding met je bedrijfspagina en verschijnen jouw berichten op zijn of haar newsfeed (al wordt dat wel steeds lastiger!). Zo blijf je ‘top of mind’ bij je publiek en komen de betrokkenheid, aankopen, donaties en meer er vanzelf achteraan.

Het moge duidelijk zijn, je moet je Facebookpagina als (non-profit) organisatie op een rijtje hebben. Om je te helpen, hier 8 tips...
 

1. Zorg voor een verzorgde Facebook bedrijfspagina

Het begin is even vanzelfsprekend als eenvoudig. Maak een bedrijfspagina aan en zorg dat deze er goed en verzorgd uitziet, want deze is ook zichtbaar in zoekmachines als Google. Schakel eventueel een bureau in (pick me, pick me, pick me!) om custom pagina’s te maken (feitelijk gewoon webpagina’s binnen je Facebookpagina). Je kunt op je Facebookpagina dezelfde huisstijl gebruiken als op je website.

Vul je pagina aan met belangrijke gegevens van je organisatie, zorg voor een mooie visual bovenin en gebruik je logo als profielfoto of elders op je pagina. Zorg in ieder geval dat je herkenbaar bent. En probeer ook een blauw vinkje te krijgen! Niets staat professioneler dan een bevestiging of verificatie van Facebook dat jouw pagina authentiek is voor jouw bedrijf, organisatie of merk.

Kijk bijvoorbeeld naar de officiële facebookpagina van het WNF:

Facebookpagina succes voorbeeld WNF
Ze hebben hun logo als profielfoto gebruikt en gebruiken daarnaast een fraai en sprekend beeld als omslagfoto. Onmiskenbaar het Wereld Natuur Fonds. Onder info vind je meer informatie over de non-profitorganisatie. Ze hebben een blauw vinkje en een aparte ‘Wat kan ik doen?’ pagina.
 

2. Plaats relevante en hoogwaardige content

Een mooie omslagfoto is één, maar daarna moet je aan de slag met posten. Een inkoppertje, ik weet het… Wát je gaat posten, dat is de grote vraag. Onze tip en een tip van menig ander blog over social media en facebook specifiek, is dat je bij het posten van content goed moet bedenken wat je doelgroep interessant vindt. Waar heeft je doelgroep behoefte aan? Wat is zowel voor jouw organisatie als voor hen relevant? En vooral ook: wat vind je publiek leuk om te lezen of te zien op Facebook? Vergeet niet dat mensen vooral voor hun plezier door hun newsfeed op Facebook scrollen.
 

Afwisseling, emotie en een links op Facebook

Zorg ook voor afwisseling! Niet elke post hoeft een reclame te zijn voor jouw organisatie. Balanceer tussen posts die producten of diensten aanprijzen, die donateurs werven en die content delen waar de lezer wat aan heeft (praktische waarde). Als het past bij je organisatie kun je ook berichten posten met een bepaalde emotionele lading. Mensen zijn hier over het algemeen gevoelig voor en het nodigt uit om te delen. Zorg tevens dat je Facebookposts meerwaarde creëren. Denk hier goed over na! Een link naar je website (bijvoorbeeld het artikel waar je naar verwijst) is belangrijk. Hiermee genereer je immers traffic naar je website.
 

Accounts koppelen (Facebook en twitter)

Je kunt je Facebookpagina eventueel koppelen met je Twitter account, maar dit is niet altijd wenselijk. Facebook herkent dat namelijk als zodanig en als meerdere dat doen, gaat Facebook dergelijke berichten groeperen waardoor je minder opvalt. Even de tijd nemen om unieke posts te plaatsen, levert meer zichtbaarheid op.
 

3. Hou het persoonlijk

Wissel wat beschreven staat in tip 2 af met foto’s van projecten, posts over gedaan werk, korte verslagen of foto’s van beurzen waar je op stond, maar ook van de werkvloer, en over collega’s. Laat zien wie je organisatie is, wie jij bent. Het is vaak beter om persoonlijk te communiceren op Facebook dan vanuit het bedrijf.
 

4. Kies het juiste tijdstip om te posten

Post berichten wanneer jouw publiek online is. Liefst zo regelmatig mogelijk en plan ook zoveel mogelijk berichten in. Maar laat kwantiteit niet ten koste gaan van de kwaliteit van je berichtgeving. Dagelijks content posten heeft een positief effect op je score in Google omdat de kans toeneemt dat mensen uit je fanbase posts liken, delen of reacties achterlaten. Als deze posts echter in kwaliteit tegenvallen of niet aan hun interesses voldoen, zien ze je misschien wel vaker voorbijkomen op hun tijdlijn, maar klikken ze minder op ‘vind-ik-leuk’.
 

5. Stimuleer interactie onder Facebookposts

Edgerank is het algoritme dat bepaald of een facebookpost op de tijdlijn van een bepaalde gebruiker verschijnt. Factoren die hierbij belangrijk zijn, zijn onder andere de relatie tussen de gebruiker en de post, hoe mensen over de post praten en hoe recent de post is verschenen. Jouw facebook post zal dan ook veel succes hebben en veel gezien worden als mensen het veel over jouw post hebben en vooral ook als je tijd investeert in het reageren op comments onder jouw post (buiten dat je je post ook betaald kunt promoten). Wacht dan ook niet met antwoorden als mensen vragen stellen! Maar ook als er niet per se een vraag wordt gesteld, kun je reageren, liken of op een andere manier de conversatie stimuleren. Hierdoor gaan anderen ook weer reageren en ontstaat er over het algemeen meer interactie. In de posts zelf kun je dit ook stimuleren door vragen te stellen.
 

Hoe je effectief vragen stelt?

Wees vooral specifiek en relevant voor je doelgroep. Vraag naar een persoonlijke voorkeur of mening en stel een makkelijke vraag, liefst gesloten. We (of onze hersenen althans) zijn er namelijk op ingesteld een zin automatisch af te maken. Net als dat je letters door elkaar husselt, je de wrooedn aslnog knut leesn. Bovendien maak je het met gesloten vragen makkelijk voor mensen om te reageren. Een ‘ja’ of ‘nee’ is sneller dan een antwoord op de vraag ‘Wat vind jij?’

Niet dat je open vragen moet vermijden. Maar maak ze niet te moeilijk! Kijk bijvoorbeeld naar deze post van IKEA (USA):

Facebookpost interactie engagement social media IKEA voorbeeld


6. Zet in op visuele content: post video's

Op Facebook zijn we nu eenmaal gek op beeld; op foto’s en al helemaal op video’s. Het social-mediakanaal is bovendien aan het concurreren met het bekende videokanaal ‘Youtube’ en ziet dus graag filmpjes voorbij komen. Deze zullen ook vaker getoond worden aan je publiek.  Zorg er dan wel voor dat je video’s in Facebook zelf upload en niet via youtube deelt. Youtube is de zoals gezegd de concurrent en video’s vanuit Youtube zullen dan ook minder vaak getoond worden dan video’s op facebook zelf. Negeer Youtube echter niet! Maar post de video apart op youtube en Facebook.
 

7. Denk na over zoekwoorden op je Facebookpagina

Uiteraard is het belangrijk om je Facebookpagina SEO-vriendelijk in te richten en zoekwoorden (of sleutelwoorden) te gebruiken waarop je als organisatie graag gevonden wilt worden. Denk bijvoorbeeld aan je 'info' en zeker ook aan de naam van je Facebookpagina! Je naam kun je sowieso achteraf niet meer veranderen, dus dat is er eentje om goed over na te denken als je nog niet op Facebook bent begonnen.
 

SEO

Als je meer dan 25 likes hebt, mag je ook een custom URL aanmaken voor je Facebookpagina. Maak hier gebruik van! Want hier kun je slim inspelen op relevante zoekwoorden!
 

8. Spread the word! Werk aan je backlinks

Zorg ervoor dat er door derden ook naar jouw Facebookpagina gelinkt wordt. Je pagina verspreidt zich vooral via de netwerken van mensen... Dat is waar het om draait bij social media. Zorg dus dat je genoemd wordt! Motiveer je collega's om over de organisatie te posten en daarbij je Facebookpagina te 'taggen'. En gebruik de naam van je organisatie in comments (wel door te taggen). Op deze manier ziet niet alleen jouw netwerk, maar zien ook de mensen daarbuiten jouw pagina en creëer je meer likes, meer views, meer traffic naar jouw website en uiteindelijk misschien zelfs meer conversie!

 
De online campagne deel IV - Aan de slag met een social media strategie Jurjen van Houwelingen

De online campagne deel IV - Aan de slag met een social media strategie

Jurjen van Houwelingen

27 september 2016 3 minuten
Als je weet wat je wilt vertellen, aan wie je het wilt vertellen en wat je ermee wilt bereiken ben je toe aan deel vier in de reeks Online succes: op naar een succesvolle campagne. Deze week bespreken we hoe je jouw verhaal in drie stappen kunt delen op social media.
 
Wil je ons e-book over online succes lezen?
In het gratis te downloaden e-book geven we je een stappenplan voor een succesvolle crossmediale campagne: ‘Online Succes door Offline Verbinding’. Gebruik onze tips voor je non-profit website, online strategie of resultaatmeting!

Download het e-book   
 
 


1. Kies je kanalen

Welke kanalen zijn het meest geschikt voor jouw verhaal? En welke kanalen passen het beste bij jouw organisatie? Onze ervaring is dat er voor non-profit organisaties bijna altijd kansen zijn op Facebook, Twitter, Youtube en Google. Hierbij is het wel belangrijk om je kansen goed te pakken. Weet waaraan je je committeert. Het is beter om één kanaal goed neer te zetten en succesvol te gebruiken dan drie kanalen half. Twitter is een vrij eenvoudig kanaal om mee te starten. Youtube vraagt veel meer, maar kan op termijn ook veel meer opleveren. Een krachtige video met een grappig, sterk of indrukwekkend punt over het werk van jullie organisatie heeft meer kans op een groot ‘viraal effect’ dan één tweet. 
  

We lichten twee kanalen uit: 

  

Google Adwords

Google Adwords is het advertentieprogramma van Google. Je kunt daarmee adverteren in de zoekresultaten van Google. Je kiest dan bij welke zoekopdrachten je advertentie vertoont wordt en daar betaal je per klik van een bezoeker voor.
  

Google Grants

Google Adwords speciaal voor non profit organisaties
Google Grands is een gratis donatieprogramma voor goede doelen. Google Grands helpt goede doelen om hun websites te promoten met advertenties op Google. Per jaar krijgt een goed doel maar liefst 100.000,- aan advertentietegoed voor zoekmachinemarketing.

Komt jouw organisatie in aanmerking voor Google Ad Grants?
 Om in aanmerking te komen voor het programma Google Ad Grants, moeten organisaties voldoen aan de volgende criteria:
  1. Organisaties moeten zijn gevestigd in Nederland en in het bezit zijn van een CBF-Keurmerk of een CBF-Verklaring van geen bezwaar of een door de Belastingdienst erkende Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).
  2. Akkoord gaan met de vereiste certificeringen. Deze gaan over het ontvangst en het gebruik van donaties. 
  3. Over een website beschikken met inhoud die gaat over de doelen die de non profit organisatie heeft.
 

2. Stel een contentplan op

Als je hebt besloten welke kanalen je gaat inzetten is het zaak om per kanaal een duidelijk contentplan op stellen. Dit wordt vaak overgeslagen en is één van de grootste risico’s voor mislukking van de campagne. Een contentplan kun je zien als een soort kalender waarin je per kanaal vastlegt wat je gaat doen. Het gaat hierin niet alleen om de tekst die je wilt schrijven, maar ook om de manier waarop je de dialoog kunt aangaan met de achterban en doelgroep. Zijn er sleutelpersonen? Activiteiten om te signaleren? Kun je meedoen of aansluiten bij een bestaande discussie? Regelmaat en consistentie zijn hierin belangrijke factoren. Neem daarom in het contentplan op hoe vaak, wanneer en op welk kanaal je wat wilt delen. Beschrijf ook goed wie dat gaat doen: de communicatiemedewerker, de directeur of andere sleutelfiguren.
   

 3. Maak deel uit van de dialoog!

Op het moment dat je scherp hebt welke kanalen je gebruikt, hoe vaak en hoe je berichten, tweets, video’s etcetera de wereld in slingert, kun je online in gesprek gaan met je doelgroep. Het inrichten en gebruiken van de gekozen kanalen is een goede basis, maar social media gaan uiteindelijk over dialoog. Reageer op mensen. Wees persoonlijk. Bedank volgers. Ga in discussie met vakgenoten, experts en andere invloedrijke mensen op social media. Reageer altijd op een vraag. Vergeet bovenal niet dat een dialoog persoonlijk is en dat je dus ook moet kiezen voor een persoonlijke tone of voice.

Gopublic maakt niet alleen websites, onze ambitie is om de aanwezigheid van onze klanten op het web te laten groeien met meer impact. We willen dus meedenken, meekijken en bijsturen daar waar dat nodig is. Een website vraagt continu om aandacht en wij helpen graag om blijvend succesvol te zijn op het internet. Neem daarom ook contact met ons op voor een advies hoe jouw bestaande website meer impact kan krijgen op het web.
 
De online campagne deel III - Aan de slag met online middelen Mark Eikema

De online campagne deel III - Aan de slag met online middelen

Mark Eikema

17 juni 2016 3 minuten

Deze week deel drie van de reeks Online succes: op naar een succesvolle campagne. We kijken naar de manier waarop je online een campagneplan opzet.

Wanneer je een campagne opzet, gebruik je hiervoor natuurlijk ook een website. Voor een succesvolle campagne hoef je niet per definitie een nieuwe website te maken. Je kunt ook je eigen website gebruiken om aandacht te geven aan de campagne. Zorg er in ieder geval voor dat de website meer wordt dan alleen het visitekaartje van de organisatie. Een website leent zich juist erg goed voor concrete en meetbare doelen.

Een campagne website is volledig ingericht op de call-to-action. Datgene wat jij wilt dat de bezoeker gaat doen. Dit is dan ook gelijk de doelstelling van je hele campagne. Het aantal donaties, nieuwe vrijwilligers of inschrijvingen voor evenement, zijn allemaal concrete doelen die gemeten kunnen worden.

Wil je ons e-book over online succes lezen?
In het gratis te downloaden e-book geven we je een stappenplan voor een succesvolle crossmediale campagne: ‘Online Succes door Offline Verbinding’. Gebruik onze tips voor je non-profit website, online strategie of resultaatmeting!

Download het e-book   
 


Een goede campagne website bevat in ieder geval de volgende elementen:

  • De campagne website heeft één duidelijk doel.
  • Het doel heeft één duidelijke actie.
  • De actie heeft een duidelijk begin en een duidelijk eind.
  • De website is ingericht op delen en heeft elementen die zich lenen voor viraliteit.

Over het algemeen kun je voor campagne websites kijken naar het AIDA model. Het model kijkt naar de route die ieder potentieel lid, donateur of koper aflegt. AIDA staat voor:
  1. Attention: allereerst moet de aandacht van de bezoeker worden getrokken.
  2. Interest: wanneer je de aandacht van de bezoeker hebt, moet je ervoor zorgen dat je ook zijn interesse wekt.
  3. Desire: vervolgens moet de gebruiker zelf het verlangen hebben om op de call to action in te gaan.
  4. Action: de laatste stap is dat de gebruiker ook echt in actie komt.

Te vaak hoor je campagnes waarin mensen gewoon een site maken, een berichtje op Twitter zetten en er vervolgens niks gebeurd. Hoe komt dat? De drempel tot het leggen van contacten is lager op internet, maar daarmee wordt de campagne nog niet automatisch een succes. Het inzetten van de website moet onderdeel zijn van de communicatiestrategie. Hetzelfde geldt voor de inzet van direct mail.
   

Zorg voor gerichte promotie met direct mail

Het voordeel van een achterban is dat je in de meeste gevallen ook gegevens hebt van de achterban. Je kunt je eigen achterban ook nog segmenteren. Segmenteren wil zeggen: indelen in groepen. Zo kun je een direct mail nog specifieker versturen, zodat je weet dat de boodschap de juiste doelgroep bereikt en dat de lezer niet belast wordt met informatie die niet voor hem of haar bedoeld is.

70% van de Nederlanders heeft weleens iets aangeschaft na ontvangst van een e-mail en 83% heeft weleens iets gedeeld wat per e-mail is verstuurd. 


De voorwaarden voor een goede direct mail zijn:
 
  • Wees creatief en onderscheidend. Creativiteit loont. Wanneer de e-mail eruit springt zal deze sneller gelezen worden. Wanneer er vaker een e-mail wordt verzonden is het belangrijk dat de mail steeds weer nieuwswaarde heeft en de moeite waard is om gelezen te worden. Ook doet het design van de e-mail veel. Een goed design zorgt ervoor dat de lezer door het bericht heen wordt geleidt en dat de ontvanger goed voorbereid bij de call-to-action uitkomt.
  • Zorg voor een duidelijke call to action. 70% van de Nederlanders heeft weleens iets aangeschaft na ontvangst van een e-mail en 83% heeft weleens iets gedeeld wat per e-mail is verstuurd. Een duidelijke oproep waarmee wordt aangeven waar de achterban precies voor kan steunen en een oproep tot het delen van het bericht zal helpen om de boodschap bekend te maken onder een groter publiek.
  • Volgende week vertellen we meer over de inzet van een social media strategie. Wil je alvast meer weten of aan de slag met online middelen. Neem dan contact alvast met ons op!
De online campagne deel II - Organiseer een event Jurjen van Houwelingen

De online campagne deel II - Organiseer een event

Jurjen van Houwelingen

17 juni 2016 3 minuten
Deze week deel twee van de reeks Online succes: op naar een succesvolle campagne. We kijken naar de manier waarop je een offline campagneplan opzet.  In deel één van deze blogreeks schreven we over de focus van een campagne en de case for support. Wanneer je dat gedaan hebt is het tijd om het campagneplan concreet te maken.

Wij geloven dat een goed campagneplan bestaat uit een offline event, direct mail, een enthousiasmerende website en een social mediacampagne. Deze elementen zorgen ervoor dat berichten gedeeld worden en jouw campagne terecht komt bij zoveel mogelijk mensen.

 

Wil je ons e-book over online succes lezen?
In het gratis te downloaden e-book geven we je een stappenplan voor een succesvolle crossmediale campagne: ‘Online Succes door Offline Verbinding’. Gebruik onze tips voor je non-profit website, online strategie of resultaatmeting!

Download het e-book   
 

 

Een groeiende achterban door een offline event

Hoe zorg je concreet voor een groeiende achterban? Organiseer een event.

Een evenement zorgt ervoor dat mensen face-to-face met elkaar in contact komen, dat informatie gedeeld kan worden, de achterban kan bijdragen aan de organisatie van het evenement en dat er een concrete aanleiding is om over te communiceren naar de achterban en nieuwe doelgroepen.

Een evenement biedt mogelijkheden voor tweerichtingsverkeer tussen de achterban en de organisatie en zorgt daarmee voor een sterkere binding.  
 

Een evenement heeft effect op de achterban

Een fout die veel gemaakt wordt door non-profit organisaties is dat veel organisaties een evenement vooral als een inkomstenbron zien. De resultaatmeting wordt vaak gedaan in euro’s, terwijl er zoveel meer successen te behalen zijn. Denk bijvoorbeeld aan het verstevigen en uitbreiden van de achterban en het genereren van media-aandacht. Daarnaast worden veel evenementen jaar in jaar uit, uit gewoonte georganiseerd. Er wordt dan vaak niet meer nagedacht over het effect van het evenement.

Voor de opzet van een succesvol evenement hebben we zeven tips.
  • Bedenk events die goed passen bij de organisatie.
  • Maak het mogelijk dat de achterban elkaar leert kennen tijdens een evenement en creëer bewust momenten zoals een borrel, een gezamenlijke lunch of een opdracht waarbij mensen in groepen samenwerken. 
  • Een event hoeft niet per definitie een feest te zijn. Durf de achterban ook te betrekken bij de uitdagingen waar je als organisatie voor staat.
  • Zorg ervoor dat er genoeg vertegenwoordigers vanuit de organisatie ter plekke aanwezig zijn.
  • Neem de achterban voor, tijdens en na een evenement serieus. -Evalueer en neem feedback meer voor de volgende keer.
  • Leg het evenement vast door foto’s en filmpjes te maken en zet deze na afloop van het evenement snel op de website.
  • Tot slot: begin! Fouten maken is niet het allerergste wat er is. Vaak is het goed om het gewoon een keer te doen en gaande weg beter te worden. Het organiseren van een evenement is bij uitstek het middel om mensen aan je organisatie te verbinden en om nieuwe mensen te werven.

Gopublic is een online bureau. Onze focus zal dan ook altijd liggen op online communicatie, maar wij geloven ook zeker in de kracht van offline evenementen. Wij denken graag mee met uw hele campagne. Kom eens langs voor een kop koffie en een inspirerende brainstormsessie om jouw evenement tot een succesvol geheel te maken. 
 
Contentmigratie: in vijf stappen naar een inhoudelijk sterke website Jurjen van Houwelingen

Contentmigratie: in vijf stappen naar een inhoudelijk sterke website

Jurjen van Houwelingen

26 oktober 2016 5 minuten

Je oude website is aan vernieuwing toe, misschien zelfs vervanging: uit de laatste gegevens van Google Analytics blijkt dat de helft van de pagina’s nooit gelezen is het afgelopen half jaar. Er worden plannen gemaakt voor een nieuwe site die helemaal past bij jullie nieuwe fondsenwervingsbeleid: de website moet responsive worden en het donatieformulier kan gebruiksvriendelijker. Een tijd later staat er een prachtige website. Jij en je collega krijgen een training om met het CMS-systeem om te kunnen gaan en dan kun je aan de slag. Ergens in dit hele proces word je ook uitgedaagd te herbezinnen op de content. Maar waar moet je beginnen?  
 

Aan de slag met contentmigratie

Het schrijven en selecteren van content voor je (nieuwe) website is niet makkelijk. Het is belangrijk om al in de allereerste fase, tijdens het functioneel ontwerp, na te denken over de content en te beginnen met het selecteren van content voor de verschillende pagina’s van de nieuwe website. De content kan niet altijd een-op-een worden overgezet. Misschien verandert de website wel zo drastisch dat dit vraagt om een hele nieuwe contentstrategie. Om je op weg te helpen willen we graag een aantal handige stappen met je delen uit het Migration Handboek van David Hobbs. Start niet met contentmigratie voor je onderstaand stappenplan hebt gelezen. Daarna kun je niet vroeg genoeg beginnen.
 

1. Selecteer content kritisch

Het is goed om jezelf bij contentmigratie een aantal kritische vragen te stellen over de content die op de nieuwe website moet komen. Is alle content op de oude website nog wel relevant en actueel? Past de content wel bij het nieuwe design? Moeten er echt zoveel gegevens gevraagd worden van donateurs? Is de doelgroep veranderd?

De oude website bevat als het goed is enorm veel informatie die in de loop van de jaren is opgebouwd. Voor de nieuwe website is al die informatie lang niet altijd (meer) relevant. Je zult vaak ook voor nieuwe content moeten zorgen. Misschien vraagt het design wel om extra titels, foto’s en filmpjes. Wees je hiervan bewust tijdens de ontwerpfase!
 

2. Maak een planning

Wanneer je weet wat er op de website moet komen is het tijd voor de volgende stap: het maken van een planning voor de contentmigratie. Deel deze planning met alle betrokkenen, beschrijf wat er gedaan moet worden en bepaal wie dat gaat doen. De meeste problemen zal je pas ontdekken wanneer je de website gaat vullen. Houd daarom rekening met tegenvallers. Bedenk welke content het allerbelangrijkste is en wat er in ieder geval op de website moet komen te staan voor het live gaan.  

Maak een planning voor contentmigratie
  

3. Maak een contentmigratiedocument

Met een contentmigratiedocument orden je alvast de content die op de website moet komen. Zet in het document ook de content die automatisch overgezet kan worden en bespreek dit met de bouwer. Dit document kan er, afhankelijk van de website, op allerlei manieren uitzien.

De aanzet:
Maak een tabblad aan waarin je de nieuwe navigatiestructuur als uitgangspunt neemt en onder elkaar zet. Maak ook een document, waarin je de oude structuur op een rij zet. In dit document kun je aangeven of het al dan niet gemigreerd wordt en zo ja, waar deze content in de nieuwe structuur terechtkomt.

Maak kolommen aan voor de stappen tijdens het migratieproces. Hierin benoem je bijvoorbeeld:

  • Wie de betreffende pagina of content migreert.
  • Vanuit welk document of welke URL de content gemigreerd gaat worden.
  • De prioriteit van het vullen van de pagina.
  • Of de content geplaatst is.
  • Of de metadata (inleidingen, kopjes etc.) is aangevuld.
  • Of de hyperlinks, foto’s, filmpjes geplaatst en gecheckt zijn.
  • Of er akkoord is voor livegang.

Ieder traject is uiteraard uniek, dus elk contentmigratiedocument ziet er weer anders uit. Kijk daarom goed waar jij en jouw organisatie behoefte aan hebben en verwerk dat in het document. Zo kan het bijvoorbeeld ook helpen om tabbladen aan te maken voor documenten, functionaliteiten (bijvoorbeeld widgets), formulieren, nieuwsberichten en kalenders. Pas bij ieder tabblad de kolommen met de stappen hierop aan.  
   

4. Vorm een contentmigratieteam

Soms wordt het overzetten van de content uitbesteedt. Bekijk dan goed wie dit proces intern gaat begeleiden. Ook wanneer je niet zelf de content gaat plaatsen, maar een aansturende rol hebt, zul je tijd moeten investeren om alleen al te controleren of de content wel op de goede plek staat.

Met de komst van de nieuwe website kan er ook behoefte zijn aan een andere beheerstructuur. Bijvoorbeeld omdat meerdere medewerkers blogs gaan schrijven en plaatsen. Betrek hen dan ook tijdens het migratietraject. Zorg ervoor dat zij al wennen aan het CMS-systeem en betrokken worden bij de keuzes die gemaakt zijn, zodat zij het beheer na de contentmigratie direct kunnen oppakken en de nieuwe website vanaf dag één up-to-date blijft.
 

5. Begin direct na technische oplevering met de contentmigratie

Na de oplevering krijg je een training over het nieuwe CMS-systeem.

Begin zo snel mogelijk: ’s ochtends de training, ’s middags aan de slag!

Met de training nog vers in het geheugen kun je gemotiveerd aan het werk. Vragen kun je dezelfde dag nog kwijt en je bent op deze manier al over de eerste hobbel heen. Wanneer je begint met het overzetten van content zal je tegen bugs en nog ontbrekende dingen aanlopen. Neem daarom de tijd voor de migratie met het team dat je hebt samengesteld. Vraag het team om de punten goed te registreren, zodat je dit meteen kunt doorgeven aan de websitebouwer. Eenmaal aan de slag houd je de voortgang bij in het contentmigratiedocument. Zo krijg je in inzicht in de uitdagingen en risico’s en zaken die direct, of later opgelost kunnen worden.

​Wil je meer lezen over het maken van content of het bijhouden van een goed gelezen blog? Of heb je misschien inspiratie nodig? Lees dan onze blogpost over vijf content ideeën om je lezers te inspireren en donateurs te activeren. Of verdiep je in deze 6 content trucs om meer donaties te werven!

​We hebben ook nog een leuke blogpost geschreven en geüpdatet over viral content: '10 tips voor een viral campagne'.
 

In zes stappen concreet aan de slag met een social media strategie voor non-profits Jurjen van Houwelingen

In zes stappen concreet aan de slag met een social media strategie voor non-profits

Jurjen van Houwelingen

17 juni 2016 5 minuten

1. Kies je kanalen

Als je weet wat je wilt vertellen, aan wie je het wilt vertellen en wat je ermee wilt bereiken ga je nadenken hoe je het wilt vertellen. Welke kanalen zijn het meest geschikt voor jouw verhaal? En welke kanalen passen het beste bij jouw organisatie? Onze ervaring is dat voor non-profit organisaties er bijna altijd kansen zijn op ten minste de drie ‘belangrijkste’ kanalen voor non-profits. Hierover later nog een aparte blogpost. Maar deze drie zijn Facebook, Twitter en Youtube. Om deze post een beetje behapbaar te houden, hier slechts kort een paar gedachten bij. Allereerst, weet waar je je aan committeert. Het is beter één kanaal goed neer te zetten en succesvol te gebruiken dan met drie kanalen maar wat aan te rommelen. Twitter is een vrij eenvoudig kanaal om mee te starten, Youtube daarentegen vraagt veel meer, maar kan op termijn ook veel meer opleveren. Een krachtige video met een grappig punt over het werk van jullie als organisatie heeft meer kans op een groot ‘viraal effect’ dan een twitter bericht. Maar kies intentioneel met welke kanalen je eerst aan de slag gaat. Laat je hierin ook adviseren.
   

Blog

In deze context komt vaak ook de blog ter sprake. Wij geloven dat het eigenlijk vrijwel voor iedere organisatie interessant is en aan te bevelen om een blog bij te houden op je website, mits de commitment er is om deze bij te houden. Er is niets zo erg als een ‘laatste blogpost uit 2009’. Een blog helpt om ook iets te vertellen te hebben op social media en genereert traffic voor je site wat uiteindelijk weer tot resultaten leidt.
   

2. Stel een contentplan op

Als je hebt besloten welke kanalen je gaat inzetten is het zaak om per kanaal een duidelijk contentplan op stellen. Dit wordt vaak overgeslagen en is één van de grootste risico’s voor mislukking. Als je succesvol wilt zijn op sociale media is dit ontzettend belangrijk. Niet alleen regelmaat, maar ook consistentie! Voor Twitter kun je bijvoorbeeld een weekplan opzetten wat je gewoon elke weer herhaald. Overigens, ook voor een blog is een contentplan van levensbelang. Hoe vaak, waarover, etcetera, leg het vast!
   

Twitter

Bij Twitter is een regelmaat van minimaal twee twitterberichten per dag een goede start. Denk daarbij na over de aard van je twitterberichten. Breng diversiteit aan. Een twitterbericht met een link naar een foto of een artikel is altijd beter dan één zonder. Wat ga je twitteren en met welke regelmaat. Maak een excelsheet waarin je vastlegt dat je bijvoorbeeld drie keer in de week een interessante actualiteit wilt delen, drie keer in de week een leuke foto van de werkvloer, drie keer in de week een quote, etcetera. Met programma’s als Hootsuite kun je twitterberichten inplannen zodat je niet elke dag eraan hoeft te denken. Dan plan je twee uur in de week vrij om een aantal Twitterberichten in te plannen. Zo creëer je vrij gemakkelijk een stabiele stroom van twitterberichten. Denk op dezelfde manier na over je overige kanalen.
   
Overige kanalen
LinkedIn en Facebook zijn gemakkelijk te koppelen aan je twitterfeed zodat je daar snel aan de slag kunt. Ga je met Youtube werken, denk vooruit! Je hoeft natuurlijk niet elke dag een nieuw filmpje te plaatsen, maar een succesvol Youtube kanaal post wel minimaal 1x per twee weken. Dat betekent dat je even ‘the hang of it’ moet krijgen om snel een videoootje te maken. Deze hoeven ook echt geen 10 minuten te duren, 3 minuten is vaak al voldoende. Maar denk na over de inhoud! En leg dit vast in je excelsheet!
    

3. Maak deel uit van de dialoog!

Op het moment dat je scherp hebt welke kanalen je gebruikt, hoe vaak en hoe je berichten, tweets, video’s etcetera de wereld in slingert, kun je in dialoog met je doelgroep. Het inrichten en gebruiken van je kanalen is een goede basis, maar sociale media gaan uiteindelijk over dialoog. Reageer op mensen! Wees persoonlijk. Bedank volgers, ga in discussie met vakgenoten, experts en of andere invloedrijke mensen op sociale media. reageer ALTIJD op een mention of vraag. Maar leg eventueel in je social media strategie vast hoe je reageert, wat je belangrijk vindt en waar je bijvoorbeeld niet op ingaat. Bedenk ook hoeveel tijd je hieraan wilt besteden. Wees niet bang voor kritiek! Ga hier adequaat en authentiek mee om, dan levert het je alleen maar meer op!
   

4. Meet je resultaten en ROI

De grote vraag die veel non-profits stellen is natuurlijk hoeveel het oplevert. Met een direct mailing weet je vaak direct je ROI (return on investment). Bij social media activiteiten is dit lastiger. Daarom is het ook belangrijk je strategie zo meetbaar mogelijk op te zetten. Hier zijn een hoop trucks voor waar we in deze blog geen ruimte voor hebben, voel je dus vrij hier eens een kop koffie over te komen drinken, maar kort gezegd moet je natuurlijk vaststellen wat je hoopt dat het oplevert. Concreet is dat bijvoorbeeld:
  • Website bezoek
  • Naamsbekendheid
  • Blog comments
  • Facebook likes op je fanpage
  • Volgers op twitter
  • Hoe vaak je genoemd/gementioned wordt
  • Daadwerkelijke aankopen of donaties via de website

Begin hiermee klein. Bijvoorbeeld: Hoeveel donaties levert de website nu op en hoe verhoudt zich dat tot het aantal website bezoekers. Neemt dit toe, nemen dan ook de donaties toe? En hoeveel van dit website bezoek komt binnen via sociale media? Allemaal meetbare vragen.
   

5. Maak tijd vrij!

Een social media strategie vraagt een lange adem. Het resultaat is soms moeilijker meetbaar waardoor afhaken op de loer ligt. Geef hier niet aan toe! Commit je minimaal voor een jaar aan je strategie en maak opnieuw de balans op.
    

6. Investeer indien nodig in je social media strategie

Afhankelijk van de mensen die je in huis hebt moet je soms nuchter constateren dat het beter is om ook een derde partij erbij te betrekken en hen te vragen jullie te helpen om een strategie op papier te zetten en/of deze uit te voeren. Dat kost misschien een investering, maar een goede kickstart levert uiteindelijk veel meer op dan een hoop tijd en frustratie door het zelf te proberen.

Maandelijkse inspiratie rechtstreeks in je inbox!

We houden je graag op de hoogte met interessante artikelen boordevol tips en tricks om online te excelleren!
x