Blog

We delen graag onze kennis. Ontvang eens in de maand de laatste artikelen in je mailbox.

VERS VAN DE PERS

De online campagne deel VI - Kijk naar de cijfers


Michael Jansse

09 maart 2016 3 minuten
Deze week deel zes van de reeks Online succes: op naar een succesvolle campagne. Al tijdens, maar ook zeker na de campagne is het van belang om te evalueren. Wij geloven dat het goed is om hierbij te kijken naar de cijfers.  
 

Is er op de website van jouw organisatie sprake van conversie? Ik hoop van wel. Iedere website heeft een bepaald doel. Of het nu doneren is of het invullen van een contactformulier, er is sprake van conversie. Een interessantere vraag is of je weet of het doel behaald wordt op de website. Hier kun je achterkomen via Google Analytics. 


Resultaten meten

Via Google Analytics kom je er achter welke pagina’s goed worden bezocht, of mensen op conversie-buttons klikken, hoe lang ze gemiddeld op de site blijven, enzovoorts. 

De grote vraag die veel non-profit organisaties hebben is wat het meten van je resultaten nu precies oplevert. Een eenvoudig antwoord is dat resultaten inzicht geven.

Aan de statistieken van een direct mailing kun je precies zien hoe vaak en wanneer de mailing wordt gelezen. Bij sociale media is dat lastiger. Daarom is het ook belangrijk om de strategie zo meetbaar mogelijk op te zetten. Je kunt hierbij denken aan:het aantal volgers op Twitter;

  • het aantal likes op je Facebookpagina;
  • het aantal bezoekers op je website;
  • het aantal daadwerkelijke aankopen of donaties of
  • het aantal commentaren op je blog.

Begin klein en bereid de analyses steeds meer uit. Stel jezelf bijvoorbeeld de vraag hoeveel donaties de website oplevert en hoe zich dit verhoudt tot het aantal bezoekers. Neemt het aantal commentaren op je blog toe wanneer er meer bezoekers op de website zijn? Stijgt het bezoekers aantal wanneer je een campagne start? Heeft een campagne invloed op het aantal donaties die binnenkomen via de website? Allemaal meetbare vragen die je kunnen helpen om uiteindelijk tot een succesvollere campagne te komen.


Data

De profitsector is veel verder met het verzamelen van data dan de non profit sector. Dat is  jammer, want data leren ons heel veel over websitebezoekers en het (online) gedrag van de achterban. Door onderzoek weten we steeds beter wat over het algemeen wel en wat niet werkt, maar we weten nooit zeker wat werkt voor jouw website, jouw achterban en jouw potentiële doelgroep. Daarom willen we dat graag testen.

We kunnen patronen ontdekken op jouw website. Dit kan aan de hand van een AB-test of een multivariatietest. Bij een AB-test of een multivariatietest worden verschillende opties uitgetest. Bij een AB-test beperkt zich dit tot twee variaties en bij een multivariatietest kunnen er meerdere punten tegelijk getest worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de kleur van de buttons. Wanneer we een AB test doen manipuleren we de website zo dat de ene helft van de bezoekers bijvoorbeeld een groene knop te zien krijgt en de andere helft een blauwe knop. Bij een multivariatietest zou je ook nog kunnen denken aan de grootte van de knop en de tekst die erop staat.

Om de wensen en behoefte van de gebruikers voorop te stellen kun je kiezen voor een usabilitytest. Bij een usabilitytest test een representatieve groep respondenten de website. De usabilitytest is een kwalitatieve testvorm, waarbij respondenten een test uitvoeren, geobserveerd worden en 1 op 1 worden geïnterviewd. Door echte gebruikers naar de website te laten kijken krijg je meer inzicht in de reden  waarom er bijvoorbeeld toch voldoende bezoekers op de website zijn, maar nog weinig donateurs, nieuwe leden of klanten.

Wist je dat Gopublic naast een AB-test en usabilitytest nog meer testvormen aanbiedt? Neem contact met ons op wanneer je meer wilt weten over jouw eigen website en de plek die jouw website heeft op internet. Samen bespreken we de testvorm die het beste past bij jouw vraag. 

De online campagne deel V - Een virale campagne in zes stappen

Jurjen van Houwelingen

03 maart 2016 7 minuten
Wat maakt dat het ene filmpje wel gedeeld wordt en het andere niet? Waarom is het ene evenement heel bekend en heeft bijna niemand van een andere event gehoord? Wij laten ons graag inspireren door dr. Jonah Berger, professor of marketing bij Wharton School, University of Pennsylvania. Hij heeft na het doen van veel onderzoek zes succesfactoren gefilterd die bijdragen aan de viraliteit van online boodschappen.
 

Mond-tot-mond

Mond-tot-mondreclame is primair verantwoordelijk voor 20 tot 50% van alle aankoopbeslissingen en daarmee effectiever dan alle andere soorten reclame. Jonah Berger vergelijkt word-of-mouth met een bosbrand. Een bosbrand wordt snel verspreid doordat veel droge takken elkaar aansteken.

De oorzaak is daarbij niet zo belangrijk. Of de brand nu is begonnen bij een klein takje of bij een enorme boom: de brand kan even heftig zijn. Zo gaat het ook bij de verspreiding van een boodschap. Zowel online als offline.

Gewone mensen vertellen een boodschap aan elkaar door. Natuurlijk begint het bij een startpunt en in het ideale geval is dit startpunt goed uitgedacht, maar uiteindelijk gaat het om de minder zichtbare gesprekken die lang doorgaan en die de drijvende kracht achter de sociale besmetting vormen.

Er zijn twee belangrijke redenen waarom mond tot mond reclame effectiever is dan traditionele reclame waarin een boodschap top-down verzonden wordt:
  1. Het is overtuigender.  De reden hiervoor is dat we onze eigen omgeving meer vertrouwen dan een van de vele organisaties die nu weer een boodschap voor ons heeft. We gaan ervan uit dat ons eigen netwerk eerlijk advies geeft.
  2. Het is gerichter. Doordat kanalen gekozen moeten worden en het gaat om interactie tussen personen moeten mensen een afweging maken aan wie ze een boodschap doorvertellen.

Er is geen formule voor viraliteit, maar het is ook zeker niet puur willekeurig. Volgens dr. Berger zijn er zes hij principes STEPPS die kunnen zorgen voor viraliteit: Social currency, Triggered, Emotion, Public, Practical value en Story.
 

1. Social currency

Het principe van social currency stelt dat mensen geneigd zijn om die dingen met anderen delen die hen goed voor de dag laten komen. Onderzoek (Mitchell & Tamir, 2012) heeft uitgewezen dat het 'praten over jezelf' voor mensen intrinsiek belonend werkt. Dit is dan ook precies de reden waarom mensen graag hun ervaringen met andere delen. De pagina’s die iemand op Facebook liked zorgen er niet alleen voor dat die persoon de berichten van de pagina op zijn of haar tijdlijn te zien krijgt, maar ook dat vrienden kunnen zien waar je allemaal van houdt.
 

2. Triggers

Mensen houden niet van stiltes. Wanneer het stilvalt zullen mensen gaan praten over datgene wat in hun hoofd zit. Dit zijn vaak dingen die actueel zijn en waarmee ze regelmatig geconfronteerd worden. Probeer daarom de boodschap te koppelen aan een gebeurtenis of onderwerp dat regelmatig op het netvlies van de doelgroep verschijnt.
 

3. Emotion

Mensen zijn bereid om iets te delen wanneer zij zich opgewonden over iets voelen, daarbij worden berichten met een positieve emoties (blijdschap, verassing, winst etc.) iets vaker gedeeld dat de negatieve varianten (angst, walging, woede etc.).

4. Public

Leent je campagne zich wel voor iets dat zich afspeelt in het publieke domein? Met andere woorden: willen mensen over de campagne praten en het onderwerp zichtbaar of bespreekbaar maken? Hoe meer mensen iets zien, hoe meer er een gevoel zal ontstaan dat dit iets relevants of belangrijks is.
 

5. Practical value

Informatie met een praktisch nut wordt eerder gedeeld. Elk product en elke dienst heeft wel iets van praktisch nut in zich. Het kan een besparing opleveren, mensen gelukkiger maken, gezondheid bevorderen, etc. Het is dus van belang om dat praktische nut inzichtelijk te maken.
 

6. Stories

Content die snel verspreid wordt, is vaak verpakt als verhaal. Het is wel belangrijk dat de boodschap het kernelement van het verhaal wordt. Onderzoek toont namelijk dat maar liefst 70% van de details van een verhaal verloren gaan als het verhaal 5 à 6 keer doorverteld wordt. En dat doorvertellen is juist wat je wilt bereiken. Zorg dat jouw boodschap geen detail wordt!

Gopublic denkt graag al vanaf het eerste moment mee over de viraliteit van jouw campagne. Al in de ideeënfase kunnen we meedenken en er voor zorgen dat de website zo ingericht wordt dat  ieder onderdeel van de campagne zich leent voor viraliteit. Meer weten? Kom vrijblijvend langs voor een kopje koffie en een brainstromsessie.

De online campagne deel IV - Aan de slag met een social media strategie

Jurjen van Houwelingen

17 juni 2016 3 minuten
Als het goed is heb je de strategie bepaald. Er is een treffende case for support: de focus van de campagne is uitgedacht, gecheckt bij de achterban en de website staat. Als je weet wat je wilt vertellen, aan wie je het wilt vertellen en wat je ermee wilt bereiken ben je toe aan  deel vier van de reeks Online succes: op naar een succesvolle campagne. Deze week bespreken we hoe je jouw verhaal in drie stappen kunt delen op social media. 


1. Kies je kanalen

Welke kanalen zijn het meest geschikt voor jouw verhaal? En welke kanalen passen het beste bij jouw organisatie? Onze ervaring is dat er voor non-profit organisaties bijna altijd kansen zijn op Facebook, Twitter, Youtube en Google. Hierbij is het wel belangrijk om je kansen goed te pakken. Weet waaraan je je committeert. Het is beter om één kanaal goed neer te zetten en succesvol te gebruiken dan drie kanalen half. Twitter is een vrij eenvoudig kanaal om mee te starten. Youtube vraagt veel meer, maar kan op termijn ook veel meer opleveren. Een krachtige video met een grappig, sterk of indrukwekkend punt over het werk van jullie organisatie heeft meer kans op een groot ‘viraal effect’ dan één tweet.

We lichten twee kanalen uit:
-Google Adwords
Google Adwords is het advertentieprogramma van Google. Je kunt daarmee adverteren in de zoekresultaten van Google. Je kiest dan bij welke zoekopdrachten je advertentie vertoont wordt en daar betaal je per klik van een bezoeker voor.
-Google Grants: Google Adwords speciaal voor non profit organisaties
Google Grands is een gratis donatieprogramma voor goede doelen. Google Grands helpt goede doelen om hun websites te promoten met advertenties op Google. Per jaar krijgt een goed doel maar liefst 100.000,- aan advertentietegoed voor zoekmachinemarketing.

Komt jouw organisatie in aanmerking voor Google Ad Grants?
 Om in aanmerking te komen voor het programma Google Ad Grants, moeten organisaties voldoen aan de volgende criteria:
1. Organisaties moeten zijn gevestigd in Nederland en in het bezit zijn van een CBF-Keurmerk of een CBF-Verklaring van geen bezwaar of een door de Belastingdienst erkende Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).
2. Akkoord gaan met de vereiste certificeringen. Deze gaan over het ontvangst en het gebruik van donaties. 
3. Over een website beschikken met inhoud die gaat over de doelen die de non profit organisatie heeft.
 

2. Stel een contentplan op

Als je hebt besloten welke kanalen je gaat inzetten is het zaak om per kanaal een duidelijk contentplan op stellen. Dit wordt vaak overgeslagen en is één van de grootste risico’s voor mislukking van de campagne. Een contentplan kun je zien als een soort kalender waarin je per kanaal vastlegt wat je gaat doen. Het gaat hierin niet alleen om de tekst die je wilt schrijven, maar ook om de manier waarop je de dialoog kunt aangaan met de achterban en doelgroep. Zijn er sleutelpersonen? Activiteiten om te signaleren? Kun je meedoen of aansluiten bij een bestaande discussie? Regelmaat en consistentie zijn hierin belangrijke factoren. Neem daarom in het contentplan op hoe vaak, wanneer en op welk kanaal je wat wilt delen. Beschrijf ook goed wie dat gaat doen: de communicatiemedewerker, de directeur of andere sleutelfiguren.

 3. Maak deel uit van de dialoog!

Op het moment dat je scherp hebt welke kanalen je gebruikt, hoe vaak en hoe je berichten, tweets, video’s etcetera de wereld in slingert, kun je online in gesprek gaan met je doelgroep. Het inrichten en gebruiken van de gekozen kanalen is een goede basis, maar social media gaan uiteindelijk over dialoog. Reageer op mensen. Wees persoonlijk. Bedank volgers. Ga in discussie met vakgenoten, experts en andere invloedrijke mensen op social media. Reageer altijd op een vraag. Vergeet bovenal niet dat een dialoog persoonlijk is en dat je dus ook moet kiezen voor een persoonlijke tone of voice.

Gopublic maakt niet alleen websites, onze ambitie is om de aanwezigheid van onze klanten op het web te laten groeien met meer impact. We willen dus meedenken, meekijken en bijsturen daar waar dat nodig is. Een website vraagt continu om aandacht en wij helpen graag om blijvend succesvol te zijn op het internet. Neem daarom ook contact met ons op voor een advies hoe jouw bestaande website meer impact kan krijgen op het web.
 

De online campagne deel III - Aan de slag met online middelen

Mark Eikema

17 juni 2016 3 minuten
Deze week deel drie van de reeks Online succes: op naar een succesvolle campagne. We kijken deze week naar de manier waarop je online een campagneplan opzet.  

Wanneer je een campagne opzet, gebruik je hiervoor natuurlijk ook een website. Voor een succesvolle campagne hoef je niet per definitie een nieuwe website te maken. Je kunt ook je eigen website gebruiken om aandacht te geven aan de campagne. Zorg er in ieder geval voor dat de website meer wordt dan alleen het visitekaartje van de organisatie. Een website leent zich juist erg goed voor concrete en meetbare doelen.


Een campagne website is volledig ingericht op de call-to-action. Datgene wat jij wilt dat de bezoeker gaat doen. Dit is dan ook gelijk de doelstelling van je hele campagne. Het aantal donaties, nieuwe vrijwilligers of inschrijvingen voor evenement, zijn allemaal concrete doelen die gemeten kunnen worden.

Een goede campagne website bevat in ieder geval de volgende elementen:
  • De campagne website heeft één duidelijk doel.
  • Het doel heeft één duidelijke actie.
  • De actie heeft een duidelijk begin en een duidelijk eind.
  • De website is ingericht op delen en heeft elementen die zich lenen voor viraliteit.

Over het algemeen kun je voor campagne websites kijken naar het AIDA model. Het model kijkt naar de route die ieder potentieel lid, donateur of koper aflegt. AIDA staat voor:
  1. Attention: allereerst moet de aandacht van de bezoeker worden getrokken.
  2. Interest: wanneer je de aandacht van de bezoeker hebt, moet je ervoor zorgen dat je ook zijn interesse wekt.
  3. Desire: vervolgens moet de gebruiker zelf het verlangen hebben om op de call to action in te gaan.
  4. Action: de laatste stap is dat de gebruiker ook echt in actie komt.
Te vaak hoor je campagnes waarin mensen gewoon een site maken, een berichtje op Twitter zetten en er vervolgens niks gebeurd. Hoe komt dat? De drempel tot het leggen van contacten is lager op internet, maar daarmee wordt de campagne nog niet automatisch een succes. Het inzetten van de website moet onderdeel zijn van de communicatiestrategie. Hetzelfde geldt voor de inzet van direct mail.
   

Zorg voor gerichte promotie met direct mail

Het voordeel van een achterban is dat je in de meeste gevallen ook gegevens hebt van de achterban. Je kunt je eigen achterban ook nog segmenteren. Segmenteren wil zeggen: indelen in groepen. Zo kun je een direct mail nog specifieker versturen, zodat je weet dat de boodschap de juiste doelgroep bereikt en dat de lezer niet belast wordt met informatie die niet voor hem of haar bedoeld is.

70% van de Nederlanders heeft weleens iets aangeschaft na ontvangst van een e-mail en 83% heeft weleens iets gedeeld wat per e-mail is verstuurd. 


De voorwaarden voor een goede direct mail zijn:
  • Wees creatief en onderscheidend. Creativiteit loont. Wanneer de e-mail eruit springt zal deze sneller gelezen worden. Wanneer er vaker een e-mail wordt verzonden is het belangrijk dat de mail steeds weer nieuwswaarde heeft en de moeite waard is om gelezen te worden. Ook doet het design van de e-mail veel. Een goed design zorgt ervoor dat de lezer door het bericht heen wordt geleidt en dat de ontvanger goed voorbereid bij de call-to-action uitkomt.
  • Zorg voor een duidelijke call to action. 70% van de Nederlanders heeft weleens iets aangeschaft na ontvangst van een e-mail en 83% heeft weleens iets gedeeld wat per e-mail is verstuurd. Een duidelijke oproep waarmee wordt aangeven waar de achterban precies voor kan steunen en een oproep tot het delen van het bericht zal helpen om de boodschap bekend te maken onder een groter publiek.
  • Volgende week vertellen we meer over de inzet van een social media strategie. Wil je alvast meer weten of aan de slag met online middelen. Neem dan contact alvast met ons op!

DOWNLOAD NU GRATIS WHITEPAPER

DIGITAL STORYTELLING VOOR NON-PROFITS

Meer weten over hoe je verhalen kunt inzetten in fondsenwervende campagnes? We hebben er een inspirerende whitepaper over geschreven? Gratis voor jou beschikbaar! 

Ga naar de downloadpagina

Maandelijkse inspiratie rechtstreeks in je inbox!

We houden je graag op de hoogte met interessante artikelen boordevol tips en tricks om online te excelleren!
x
Om u beter van dienst te zijn, maakt gopublic.nl gebruik van cookies » Meer informatie